Principe: akoestische reflectie en schaduw
Een side scan sonar produceert geen dieptemeting maar een akoestisch beeld van de zeebodem. Het systeem zendt akoestische pulsen uit in een platte waaier, onder een lage hoek aan beide zijden van de sonarvis die achter het schip wordt gesleept. De pulsen raken de bodem schuin en het gereflecteerde signaal wordt opgevangen en omgezet naar intensiteitswaarden.
Harde, ruwe oppervlakken zoals rotsbodem, puin of metalen objecten reflecteren meer akoestische energie en verschijnen als lichte vlekken. Zachte bodems zoals slib absorberen meer energie en geven een donkerder toon. Objecten die boven de bodem uitsteken werpen een akoestische schaduw — een donkere zone achter het object waar de sonar geen signaal ontvangt.
De sonarvis: hoogte boven de bodem
De sonarvis wordt zo dicht mogelijk bij de bodem gesleept om een goede kijkhoek te houden. In de praktijk zweeft de vis op een hoogte van 10 tot 15 procent van de ingestelde range boven de bodem. Te laag geeft te grote schaduwen en blinde vlekken direct onder de vis. Te hoog verkleint de kijkhoek en vermindert de beeldkwaliteit.
Van ruwe data naar bodemkaart: slant range correctie
De ruwe data is een watervalsweergave van intensiteitswaarden, opgebouwd als een lange strook van opeenvolgende pingen. Na correctie voor de scheve meetgeometrie (slant range correctie) en de variabele vaarsnelheid ontstaat een ruimtelijk correct akoestisch bodemkaart. Dit is het beeld dat analisten beoordelen voor obstakeldetectie, bodemclassificatie en inspectiedoeleinden.