Surveyplanning voor wrakdetectie
De detectie begint met het plannen van de surveylijnafstand, afgestemd op de gewenste range zodat elk punt van de bodem minstens éénmaal wordt belicht. Voor wrakdetectie in ondiepe wateren wordt vaak gewerkt met ranges van 50 tot 150 meter per zijde, wat een swath van 100 tot 300 meter per lijn geeft. In dieper water kan de range verder worden opgerekt, maar de beeldkwaliteit en resolutie nemen dan af.
Beeldinterpretatie: reflectie en schaduw
Bij het interpreteren van het beeld let de analist op de combinatie van hoge reflectiviteit en een bijbehorende schaduw. De lengte en richting van de schaduw geven informatie over de afmeting en oriëntatie van het wrak. Een wrak dwars op de vaarlijn geeft een lange, goed meetbare schaduw. Een wrak parallel aan de vaarlijn is moeilijker in te meten en vereist soms een tweede vaarlijn dwars erop.
Vervolgonderzoek: ROV en multibeam
Eenmaal gedetecteerd volgt vaak nadere inspectie met een ROV of duikers om de aard en toestand van het wrak te bepalen. Voor nautische kaarten is het belangrijk dat de positie en de minst waterdiepte boven het wrak nauwkeurig worden bepaald, wat een gecombineerde inzet van side scan en multibeam vereist.
Overige objecten: vliegtuigwrakken, containers en archeologie
Side scan sonar wordt ook ingezet voor het zoeken naar vliegtuigwrakken, verloren containers en andere objecten op de zeebodem — zowel in navigatieveiligheidscontext als bij archeologisch onderzoek naar historische scheepswrakken.